Longfunctie
Algemene Longfunctie
Voor een longtransplantatie, en ook er na zal je altijd longfunctie moeten blazen. Dit onderzoek is er voor zodat ze via metingen precies kunnen kijken hoe goed je longen functioneren. Je hebt hierbij verschillende onderzoeken.
Tijdens de normale longfunctie die gemiddeld zo”n kwartiertje duurt moet je 3 metingen doen. Bij de eerste meting word je longinhoud gemeten, bij de andere wordt gekeken hoe groot je 1 seconden waarde is. Ook word hierbij gemeten wat je kracht van uitstoten is.
De FEV oftewel de 1 seconde uitstoot laat zien hoeveel liter lucht je in 1 seconden uit kan blazen. Dit kan natuurlijk nooit zo groot zijn als je volledige longinhoud omdat je dan een klaplong zou krijgen. Je zou dan namelijk alle lucht die in je longen zitten uitstoten.
Om een vergelijking te maken; vlak na de operatie had ik een longfunctie van 1,45 nu 2 jaar later zit ik op 3,01 liter. Aangezien ik maar 1 long heb betekend dit dat ik met 1 long zo”n 70% inhoud heb van 2 gezonde longen bijelkaar.
Uitgebreide Longfunctie
Deze test gebeurt in een gesloten ruimte, die lijkt op een telefooncel. Via een microfoontje heb je contact met de longfunctie-assistent. Als de arts dat heeft afgesproken herhalen ze de test na het toedienen van een luchtwegverwijdend medicijn.
Met een diffusietest meet men de snelheid waarmee je longen de ingeademde zuurstof aan het bloed doorgeven. Nadat je volledig hebt uitgeblazen, moet je diep inademen en de adem 10 seconden vasthouden.
Met de ventilatiescan moet je gedurende drie minuten via een mondstuk ademen, waarbij aan de inademingslucht een radioactief stofje wordt toegevoegd. Daarna wordt de ventilatie-scintigrafie gemaakt. Indien mogelijk wordt het onderzoek zittend verricht.
Met de perfusiescan krijgt je via een injectie een geringe hoeveelheid radioactieve stof in de bloedbaan gespoten. Hierbij moet je liggen en diep zuchten. Onmiddellijk hierna worden diverse opnames gemaakt, bij voorkeur in zittende positie.

Of bezoek m.jaofnee.nl
